Om de twee à drie dagen rol ik dezelfde ronde af: van Okrug Donji op Čiovo naar Kaštel Sućurac en weer terug. Bijna vijftig kilometer, vrijwel vlak, met de Adriatische Zee rechts van me en de bergketen Kozjak links. Het echte doel ligt op het keerpunt: een espresso op het terras van caffe bar Matela. Wat als een simpel koffieritje begon, is intussen mijn vaste rondje geworden — snel genoeg om de benen te voelen, mooi genoeg om er nooit genoeg van te krijgen.
De route in cijfers
Onderstaande waarden komen van één representatieve rit (Garmin), maar zijn typisch voor de ronde. Het is een rondrit: start en finish liggen op exact hetzelfde punt in Okrug Donji.
| Gegeven | Waarde |
|---|---|
| Afstand | 49,2 km (rondrit) |
| Keerpunt | km 24,5 — Kaštel Sućurac (caffe Matela) |
| Hoogtemeters | 420 hm klim / 426 hm daling |
| Hoogtebereik | 3 m (zeeniveau) tot 59 m (thuis op Čiovo) |
| Totale tijd | 3 u 11 (inclusief koffie en verkeer) |
| Rijdende tijd | ± 2 u 15 |
| Gem. snelheid (rijdend) | 21,8 km/u |
| Topsnelheid | 39,9 km/u |
| Hartslag | gemiddeld 130, piek 166 |
| Temperatuur | 30 °C bij vertrek → 44 °C piek |
Hoogtemeters (hm) zijn het totaal aan geklommen meters over de hele rit. 420 hm klinkt als veel, maar het zijn allemaal korte golfjes van een paar meter door de dorpen. Er zit geen enkele echte klim in — behalve de flank van Čiovo zelf, aan het begin en het einde.
Vertrek: van de heuvel af, de brug over
Okrug Donji ligt op zo'n 50 meter hoogte op het eiland Čiovo. De eerste kilometers zijn dan ook de snelste van de dag: ik rol met koele benen de helling af richting Trogir en haal in dat eerste stuk gemiddeld 25,8 km/u — enkele kilometers per uur sneller dan de rest van de rit. Over de brug bij Trogir kom ik op het vasteland, en vanaf daar begint het echte werk: de lange, vlakke kustlijn langs de zeven kaštels.
De brug tussen Čiovo en Trogir is smal en in het hoogseizoen chronisch verstopt met auto's. Vroeg vertrekken is geen luxe maar noodzaak — én het scheelt tien graden. Ik rijd meestal weg rond 09.00 uur; twee uur later staat de thermometer al boven de 40.
De zeven kaštels: 17 kilometer levende geschiedenis
Kaštela is geen dorp maar een lint van zeven aan elkaar gegroeide plaatsjes tussen Trogir en Split: Štafilić, Novi, Stari, Lukšić, Kambelovac, Gomilica en Sućurac. Elk is genoemd naar zijn kaštel — het versterkte kasteel in de kern. Ze ontstonden na 1463, toen Bosnië aan het Ottomaanse Rijk viel en de dreiging tot aan de kust reikte. Adellijke families en kloosters uit Trogir en Split bouwden toen forten langs de baai om hun landgoederen en de boeren die er werkten te beschermen.
Voor een fietser is dit het mooiste deel van de rit, maar ook het traagste. In de dorpskernen zakt mijn gemiddelde naar 20,5 km/u: smalle straten, geparkeerde auto's, wandelaars en terrasjes dwingen tot rustig aan doen. Precies daarom is dit stuk zo de moeite waard — je rijdt letterlijk dwars door de zestiende eeuw.
Halverwege, in Kaštel Lukšić, staat het imposantste van de kastelen: een vierkant fort met hoektorens, tegenwoordig het stadsmuseum. Vanaf de straat loop je over een houten brug de binnenplaats op, waar een poort recht op de zee uitkomt.
Kleine omweg voor Game of Thrones-fans: in Kaštel Gomilica ligt Kaštilac, het enige "echte" kasteel van de zeven. Benedictijnse nonnen bouwden het tussen 1529 en 1537 op een rots veertig meter uit de kust, verbonden met het land door één stenen brug. In de serie was dit de vrije stad Braavos, waar Arya Stark oesters verkocht. Het staat er nog, bewoond en al; loop er stil en respectvol rond.
Het keerpunt: koffie bij Matela
Na Gomilica volgt Kaštel Sućurac, de oostelijkste kern en ooit de residentie van de bisschoppen van Split. Hier, op kilometer 24,5, draai ik het wiel. Een moerbeiboom, een bank en het rustige, turkooizen water van de baai — dit is het moment waarop de rit even stilstaat.
En dan de beloning: caffe bar Matela aan de Obala kralja Tomislava, pal aan het water. Een espresso kost er een paar euro, een Karlovačko van een halve liter zit onder de drie. Ik zit er zelden lang, maar lang genoeg om de bruto gemiddelde snelheid flink te drukken — vandaar dat die op 15,4 km/u uitkomt terwijl ik rijdend bijna 22 haal. Dat verschil, dát is de koffiepauze.
De terugweg: dezelfde kust, andere lijn
Terug rijd ik dezelfde kust in omgekeerde richting — heen en terug zijn nagenoeg even lang. Na de koffiepauze rollen de benen weer los: het stuk tussen kilometer 35 en 40 is met 24,7 km/u zelfs het snelste vlakke segment van de dag. De sportieve angel zit helemaal aan het einde: de klim terug omhoog naar Okrug Donji. Na bijna vijftig vlakke kilometers voelen die laatste hoogtemeters naar huis, tot ruim vijftig meter, zwaarder dan ze op papier zijn — zeker met een middagzon van ruim veertig graden op je rug.
Ondergrond en verkeer
De route is grotendeels geasfalteerd — gladde kustweg en promenade — maar niet helemaal. Volgens Garmin ligt er zo’n 5,4 km onverhard in. Het langste onverharde stuk loopt tussen kilometer 10,5 en 15, langs de landingsbaan van de luchthaven van Split; daarnaast wisselt het asfalt op een paar kortere plaatsen af met grind of aangestampte aarde. In de oude dorpskernen ligt bovendien hier en daar kasseienplaveisel dat even ratelt. Houd rekening met stadsverkeer in de kernen en met voetgangers op de promenades — dit is geen route voor een all-out tijdrit, maar wel ideaal voor een stevig tempo met de zee als uitzicht.
Voor wie het wil narijden: een vlakke, afwisselende en landschappelijk rijke kustronde van bijna 50 km. Door de onverharde stukken rijd je hem het comfortabelst op een mountainbike (of een stevige gravelbike). Vertrek vroeg, neem twee bidons mee in de zomer, en plan je eigen koffiestop op het keerpunt. De kust doet de rest.
Bronnen
Grad Kaštela — Turistička zajednica (toeristenbureau): Game of Thrones-locatie Kaštel Gomilica
Kaštilac (Kaštel Gomilica), geschiedenis en bouw: Castles.nl — Kaštilac Castle
Algemene informatie over de stad en de zeven kaštels: Wikipedia — Kaštela