In In de Ban van de Ring zijn de palantíri zienerstenen: kristallen bollen waarmee je over enorme afstanden kunt kijken en met elkaar kunt spreken. Ze tonen echte beelden — maar wie erin kijkt, ziet alleen wat een sterkere geest hem laat zien. Sauron gebruikt zo'n steen om de tovenaar Saruman te corrumperen en stadhouder Denethor tot waanzin te drijven. De steen liegt niet; hij misleidt door selectie. Dat een Amerikaans softwarebedrijf dat legers, geheimdiensten en politiediensten van data-analyse voorziet zich uitgerekend Palantir noemt, is geen toeval. Het is een zelfportret. En het is een waarschuwing die de oprichters zelf blijkbaar niet gelezen hebben.
Palantir is de laatste jaren van een schimmig defensiebedrijf uitgegroeid tot een centrale speler in het bestuur van hele landen. Het levert de software achter de Amerikaanse deportatiemachine, het is verweven met de Israëlische oorlogsvoering in Gaza, en het klopt inmiddels ook aan bij Europese overheden — waaronder de Duitse politie. Dit artikel ontleedt het bedrijf in drie lagen. Eerst: wie zijn de mannen achter de steen, en welke ideologie sturen zij? Daarna: waar kijkt de steen vandaag naartoe? En ten slotte de kernvraag: klopt eigenlijk wel de belofte waarop dit alles rust — dat je met massale dataverzameling en algemene verdenking de misdaad kunt terugdringen?
Deel 1 — De mannen achter de steen
Palantir Technologies werd in 2003 opgericht in Silicon Valley door een klein groepje, onder wie Peter Thiel en Alex Karp. Het startkapitaal is veelzeggend: naast Thiels eigen geld kwam een deel van het geld van In-Q-Tel, de risicokapitaaltak van de CIA. Het idee was om de fraudedetectietechniek van PayPal — waar Thiel en Karp elkaar leerden kennen — om te bouwen tot een instrument waarmee inlichtingendiensten na 9/11 terroristen konden opsporen. Palantirs eerste product, Gotham, was van meet af aan gebouwd voor de nationale veiligheidsstaat.
De rolverdeling is tot vandaag ongewijzigd. Karp is de directeur (CEO) en het publieke gezicht; Thiel is voorzitter van de raad van bestuur en de ideologische peetvader. Om te begrijpen wat Palantir is, moet je die twee mannen apart bekijken — want ze zijn het over veel eens, maar botsen op precies het punt dat er het meest toe doet: de democratie.
Peter Thiel: "vrijheid en democratie zijn onverenigbaar"
Thiel is de bekendste techmiljardair van de Amerikaanse radicaal-libertaire rechterzijde. In 2009 schreef hij een inmiddels berucht essay, The Education of a Libertarian, voor het libertaire Cato Institute. De kernzin luidt: I no longer believe that freedom and democracy are compatible.
Vrijheid en democratie zijn volgens Thiel niet langer met elkaar te rijmen. Zijn redenering: sinds vrouwen kiesrecht kregen en de verzorgingsstaat groeide, is het idee van een "kapitalistische democratie" een contradictie geworden. De massa — de demos — is in zijn ogen een onnadenkende kudde die vrijheid inruilt voor veiligheid en herverdeling.
Dat is geen losse provocatie, maar een programma. Thiel concludeert dat libertariërs niet moeten proberen de politiek te winnen, maar eraan te ontsnappen — via technologie, via privé-steden, via governancemodellen buiten de democratische arena om. Zijn geld volgt die overtuiging: hij financierde de neoreactionaire denkers rond de zogeheten "Dark Enlightenment", een stroming die liberale democratische instellingen wil vervangen door een soort "CEO-monarchie", en hij is de politieke mentor en financier van de huidige Amerikaanse vicepresident J.D. Vance. In 2016 was hij een van Trumps prominentste geldschieters uit de techsector. Zijn critici, van linkse zijde tot mainstreammedia, noemen hem daarom niet zomaar conservatief, maar antidemocratisch.
Ter nuance. Thiels verdedigers lezen hem anders: niet als iemand die dictatuur wil, maar als een technocratische alarmist. Hun argument: hij vreest dat een emotionele, kortzichtige massa juist de vrijheden zal afbreken die innovatie mogelijk maken. Zelfs in die welwillende lezing blijft de conclusie echter dezelfde en ongemakkelijk: publieke verantwoording wordt gezien als een obstakel, niet als een waarde. En Palantir bouwt precies de instrumenten waarmee macht zich aan die verantwoording kan onttrekken.
Alex Karp: de progressieve krijgsheer
Karp is Thiels spiegelbeeld, en dat maakt hem interessanter dan de karikatuur toelaat. Hij groeide op in een links, activistisch gezin, promoveerde in de sociale theorie aan de Goethe-Universiteit in Frankfurt (de bakermat van de kritische theorie), beoefent tai chi, woont naar verluidt in een vrijwel leeg huis en kan niet autorijden. Politiek noemt hij zichzelf progressive but not woke
. Hij steunde en financierde Joe Biden en daarna Kamala Harris, en hij zei openlijk dat Thiels Trump-steun het moeilijker maakte om zaken te doen met de overheid, omdat het bedrijf erdoor bekritiseerd werd.
Hier zit de paradox die je moet vasthouden: het bedrijf dat de infrastructuur van de rechtse surveillancestaat levert, wordt geleid door een man die zichzelf als progressief ziet. Dat is geen tegenstrijdigheid die je kunt wegpoetsen; het is de kern. Karps overtuiging is dat alleen krachtige software de burgerlijke vrijheden kan beschermen — door terreur en misdaad te voorkomen zonder, zo luidt de claim, tot blinde massasurveillance te vervallen. Of die claim standhoudt, is precies wat deel 3 onderzoekt.
Het manifest: The Technological Republic
Wil je de wereldbeschouwing van Palantir echt begrijpen, dan moet je Karps boek uit 2025 lezen: The Technological Republic: Hard Power, Soft Belief, and the Future of the West, geschreven met Palantir-jurist Nicholas Zamiska. Het werd meteen een New York Times-bestseller, met lovende woorden van generaal James Mattis, bankier Jamie Dimon en oud-Googlebaas Eric Schmidt. Het establishment omarmde het. En dat is op zichzelf al informatief.
De these van het boek, eerlijk samengevat zoals de aanhangers hem zouden brengen: Silicon Valley is de weg kwijt. In de jaren '40, '50 en '60 groeide de techsector groot dankzij een hechte samenwerking tussen staat, leger en wetenschap — denk aan de atoombom, de ruimtevaart, het internet. Die vroege afhankelijkheid van de natiestaat is volgens Karp weggeschreven uit de zelfbeeldgeschiedenis van de Valley. In plaats van aan zaken van nationaal belang te werken, verspilt een generatie briljante ingenieurs haar talent aan triviale consumenten-apps: nóg een bezorgdienst, nóg een sociaal netwerk. Karp vindt dat een moreel falen. Nu de kunstmatige intelligentie een nieuwe wapenwedloop inluidt, moet het Westen zijn technologische talent terugbuigen naar wetenschap en defensie — anders verliezen de open samenlevingen hun voorsprong op autoritaire rivalen.
Dat is, moet gezegd, een serieus betoog en geen dom pamflet. Het diagnosticeert een echt probleem (de leegte van veel consumententech) en het stelt een echte vraag (mag een ingenieur zich onttrekken aan de gemeenschap die zijn welvaart mogelijk maakte?). Maar de oplossing die het aandraagt is precies waar de zorg begint. Let op de ondertitel: Hard Power, Soft Belief. De "harde macht" is de technologie — wapens, targeting, surveillance. Het "zachte geloof" is een gedeelde westerse identiteit en missie, die als rechtvaardiging dient om die harde macht in te zetten. Het is, met andere woorden, een nationalistisch-technocratisch project waarin een elite van bouwers en de staat samen "het nationale project" belichamen, en waarin twijfel al snel als slapte wordt weggezet.
Wie de soft belief definieert, bepaalt tegen wie de hard power gericht mag worden. Een manifest dat oproept tot een hernieuwd "westers zelfvertrouwen" en dat pluralisme als "hol" bestempelt, levert precies het morele vocabulaire waarmee een surveillance-instrument tegen "de vijand" — binnen én buiten de grenzen — kan worden gelegitimeerd. Dat is geen detail; dat is de motor.
Zo sluiten de twee mannen op elkaar aan. Thiel levert de these dat democratische controle een sta-in-de-weg is; Karp levert het verheven verhaal dat die controle overbodig maakt omdat "wij" immers de goeden zijn. En het bedrijf tussen hen in levert de machine die van dat wereldbeeld werkelijkheid maakt.
Deel 2 — De steen in gebruik
Wat doet die software eigenlijk? Palantir verkoopt geen data; het verkoopt het systeem om data betekenis te geven. Drie producten vormen de kern. Gotham is het platform voor defensie, inlichtingen en politie. Foundry doet hetzelfde voor bedrijven en overheden: het versmelt versnipperde databronnen tot één geheel. En het nieuwere AIP (Artificial Intelligence Platform) zet kunstmatige intelligentie bovenop die databerg om in real time patronen, verbanden en — dat is het hele punt — verdachten en doelwitten aan te wijzen. In vaktermen heet dit data-fusie: losse puzzelstukjes uit tientallen databases (telefoongegevens, kentekens, financiële transacties, camerabeelden) worden aan elkaar geklikt tot één beeld van een persoon of een gebied.
Dat klinkt abstract. De concrete toepassingen zijn dat niet.
Gaza: van analyse naar dodenlijst
In januari 2024, drie maanden na het begin van de oorlog in Gaza, kondigde Palantir een strategisch partnerschap
aan met het Israëlische ministerie van Defensie voor "oorlogsgerelateerde missies". Het bestuur van het bedrijf vergaderde die maand in Tel Aviv, uitdrukkelijk uit solidariteit
met Israël. Karp liet er geen twijfel over bestaan: hij verklaarde trots te zijn Israël op elke mogelijke manier te steunen, en zei niet wakker te liggen van werknemers die daarom vertrokken.
Wat de software daar precies doet, is deels omstreden. Volgens onderzoek van mensenrechtenorganisaties en berichtgeving van onder meer Al Jazeera integreert Palantirs technologie onderschepte communicatie, satellietbeelden en andere databronnen tot targeting-lijsten — in de woorden van critici: kill lists — die de Israëlische aanvalscampagnes mee voeden. Het bedrijf rekruteerde daarvoor actief veteranen van de Israëlische cyber-inlichtingeneenheid 8200. Palantir zelf houdt vol dat zijn technologie een analytisch hulpmiddel is en geen direct wapensysteem. Maar juist die scheiding vervaagt: als een instrument bepaalt wie op een lijst belandt, is de afstand tot de trekker klein. Senior VN-figuren stelden dat technologie als deze mede het tempo en de schaal bepaalt waarmee een leger mensen kan aanvallen.
De implicaties zijn zwaar genoeg dat 's werelds grootste vermogensbeheerders zich terugtrokken: het Noorse Storebrand verkocht zijn Palantir-aandelen omdat het vreesde medeplichtig te worden aan schendingen van het internationaal humanitair recht — dit tegen de achtergrond van de bindende voorlopige maatregelen die het Internationaal Gerechtshof in 2024 aan Israël oplegde. Dit is niet langer softwareverkoop. Dit is deelname aan oorlogsvoering.
ICE: de deportatiemachine
Dichter bij een herkenbaar bestuurlijk voorbeeld: de Verenigde Staten onder Trump. In april 2025 kende de immigratiedienst ICE Palantir een contract van 30 miljoen dollar toe voor de bouw van ImmigrationOS — een "besturingssysteem" voor de deportatie. Het is geen nieuw systeem uit het niets: Palantir bouwt sinds 2014 aan het datasysteem van ICE, en het nieuwe platform stapelt daarop. Het doet drie dingen: het stroomlijnt het selecteren en oppakken van mensen die voor uitzetting geprioriteerd worden; het houdt in bijna-realtime bij wie "vrijwillig vertrekt" (self-deportation); en het maakt het hele traject "van identificatie tot verwijdering" efficiënter.
Het verontrustende zit in het woordje aggregeren. ImmigrationOS verzamelt geen nieuwe gegevens — het koppelt bestaande overheidsdatabanken aan elkaar: paspoortgegevens, socialezekerheidsdossiers, belastingdata van de IRS, zelfs beelden van kentekenlezers. Elke database die de staat heeft, wordt via één interface doorzoekbaar om mensen te lokaliseren. De American Civil Liberties Union en het American Immigration Council waarschuwen voor de voorspelbare gevolgen: overheidsdatabanken zitten vol fouten, en wie een systeem bouwt dat die foutieve data koppelt en er "doelwitten" uit destilleert, produceert onvermijdelijk onterechte arrestaties en uitzettingen — zonder onafhankelijk toezicht en zonder publiek debat vooraf.
Palantirs verdediging is telkens dezelfde: wij leveren enkel het gereedschap; wij beslissen niet wie wordt opgepakt. Dat argument klinkt redelijk, maar het ontwijkt de kern. Ontwerpkeuzes zijn beleidskeuzes. Wie bepaalt welke risicofactoren meewegen, welke databronnen worden gekoppeld en hoe de resultaten worden gepresenteerd, vormt de uitkomst. De architectuur ís het beleid.
De "mega-database" op alle Amerikanen
De logische eindhalte van deze koers werd in 2025 zichtbaar. In maart tekende Trump een presidentieel besluit dat federale diensten opdroeg hun data onderling te delen om "informatiesilo's te elimineren". Klinkt als saaie efficiëntie. Maar volgens berichtgeving van de New York Times zette de regering daarna in stilte de bouwstenen klaar voor iets veel groters — met Palantir als spilbedrijf. Verschillende leden van DOGE, de "efficiëntie"-eenheid die grote delen van de federale overheid ontmantelde, zijn oud-Palantir-medewerkers.
Tien Democratische Congresleden, onder wie senator Ron Wyden en afgevaardigde Alexandria Ocasio-Cortez, schreven Karp een brief waarin ze de mogelijke bouw van een doorzoekbare, overheidsbrede mega-database
van belastingaangiften en andere gegevens een surveillance nightmare
noemden — een instrument waarmee een regering veel makkelijker haar groeiende lijst van vijanden kan bespioneren. Palantir ontkende dat het aan zo'n database werkte. Die ontkenning verdient vermelding. Maar het onderliggende feit blijft: één bedrijf zit tegelijk bij de belastingdienst, het leger, Homeland Security, ICE én de immigratie-uitkeringstak. Zoals een jurist het formuleerde: zodra je een systeem hebt gebouwd dat élke database over een individu aan elkaar knoopt, is het bijna onmogelijk om dat weer uit elkaar te halen.
En Europa?
Dit alles zou een ver-van-je-bed-verhaal kunnen lijken. Dat is het niet. Palantir is al jaren actief in Duitsland. In Hessen draait Hessendata, een politiesysteem op basis van Palantirs Gotham; ook Noordrijn-Westfalen en Beieren gebruiken de software. In februari 2023 oordeelde het Duitse Bundesverfassungsgericht dat de wettelijke grondslagen in Hamburg en Hessen te vaag waren over wat de politie met de gekoppelde data mag doen — het verwierp niet Palantir als zodanig, maar de losse toom waarmee de wet de dienst liet werken. Hessen paste de wet aan; de burgerrechtenorganisatie Gesellschaft für Freiheitsrechte diende in juni 2024 opnieuw een klacht in, onder meer omdat de politie gegevens uit zogeheten zendmastuitlezingen mag betrekken, die duizenden onschuldige telefoongebruikers raken.
Tegelijk liebäugelt — flirt — de nieuwe Duitse regeringscoalitie er opnieuw mee om bij Palantir in te kopen. Twee ZEIT-artikelen die de aanleiding voor dit stuk vormden, brengen die spanning scherp in beeld. Groen-politicus Konstantin von Notz en digitaal-jurist Michael Kolain waarschuwen dat het "maximaal roekeloos" is om in de huidige geopolitieke situatie surveillancesoftware te kopen bij het bedrijf van Trump-supporter en democratievijand Thiel — het risico is nieuwe afhankelijkheid, spionage en verlies van controle over kerntaken van de staat. En journaliste Özge İnan vat in een tweede stuk het Duitse dilemma samen als een klassiek conflict tussen veiligheid en persoonlijkheidsrecht. Ook in het Verenigd Koninkrijk kreeg Palantir intussen omstreden toegang tot NHS-datasystemen en een defensiecontract.
Waarom dit hier telt. Europa heeft een principiële keuze. Het kan surveillance-instrumenten kant-en-klaar inkopen bij een niet-Europees bedrijf met banden aan het Witte Huis — of het kan investeren in eigen, controleerbare, grondrechtenvriendelijke alternatieven. Dat tweede is geen romantiek; het is wat digitale soevereiniteit concreet betekent. Op deze keuze komen we in deel 3 terug.
Deel 3 — De dwaalleer van de gläserne mens
Nu de kernvraag, en meteen de belangrijkste. Alle bovenstaande toepassingen rusten op één belofte: dat je met méér data, méér koppeling en méér algoritmiek de veiligheid vergroot. Dat je misdaad en terreur voorkomt door zoveel mogelijk mensen zoveel mogelijk door te lichten. Die belofte klinkt intuïtief juist. Ze is grotendeels onbewezen — en waar ze is getoetst, valt ze vaak tegen.
De belofte versus het bewijs
Predictive policing — voorspellend politiewerk — is de zuiverste vorm van deze belofte: software voorspelt waar of door wie misdaad zal plaatsvinden, zodat de politie er vooraf op kan inzetten. Het probleem: het bewijs dat het werkt, is mager. Een systematisch literatuuroverzicht (Meijer & Wessels, 2019) concludeerde dat de empirische onderbouwing voor de voordelen van predictive policing beperkt is: sommige studies vinden een daling van de criminaliteit, andere vinden helemaal geen effect. Het Brennan Center for Justice vat de stand van zaken nuchter samen: er is weinig transparantie, weinig onafhankelijke evaluatie, en het risico dat het systeem bestaande vooroordelen automatiseert.
Eerlijk is eerlijk: er zíjn studies die effect vinden. Een gerandomiseerd experiment in Los Angeles rapporteerde dat het algoritme meer misdaad voorspelde en meer misdaad voorkwam dan de gangbare praktijk. Maar dat effect blijkt telkens te leunen op het aloude, veel robuustere principe dat er méér politie op een risicoplek staat — niet op de magie van het algoritme zelf. Anders gezegd: het is niet de zienersteen die werkt, maar de agent die erdoor op straat wordt gezet.
De feedbackloop: hoe data zichzelf gelijk geeft
Er is een dieper, structureel probleem, en het is de moeite waard om het langzaam uit te leggen, want het is contra-intuïtief. Een voorspellend systeem leert van historische politiedata. Maar die data zijn geen neutrale weerspiegeling van "waar misdaad is" — het is een weerspiegeling van "waar de politie heeft gekeken". Als de politie in het verleden vaker in wijk A patrouilleerde, zijn daar meer arrestaties geregistreerd. Het algoritme leest dat als "wijk A is gevaarlijk" en stuurt er méér politie heen. Die extra politie vindt — logisch — méér overtredingen, wat de dataset verder scheeftrekt, wat het algoritme in zijn "gelijk" bevestigt. Dit heet een feedbackloop: een zichzelf versterkende cirkel.
De onderzoekers Kristian Lum en William Isaac toonden dit al in 2016 aan: een systeem dat op arrestatiegegevens werd getraind, stuurde de politie steeds intensiever naar zwarte wijken — niet omdat daar meer misdaad wás, maar omdat daar meer geregistreerd wás. Zelfs de makers van het bekende systeem PredPol erkenden dat plaatsgebonden voorspelling neigt naar gebieden die al zwaar bewaakt worden. Het gevolg is geen objectiviteit, maar geautomatiseerde vooringenomenheid met een wetenschappelijk aureool. En dat is misschien wel het perfiedste: het onrecht krijgt de schijn van neutraliteit. "De computer zei het" is een veel moeilijker te betwisten oordeel dan "de agent vond het".
Nederland als waarschuwing: SyRI en de toeslagenaffaire
Je hoeft niet naar de VS te kijken voor de gevolgen. Nederland leverde twee leerboekvoorbeelden.
Het eerste is SyRI (Systeem Risico Indicatie), waarmee de overheid met geheime algoritmen hele woonwijken doorlichtte om burgers heimelijk te profileren op het risico dat ze met sociale voorzieningen zouden frauderen. In februari 2020 deed de rechtbank Den Haag een baanbrekende uitspraak: SyRI is in strijd met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (het recht op privéleven). De rechter oordeelde dat de overheid burgers niet "bij voorbaat verdacht" mag maken door op grote schaal persoonsgegevens te koppelen zonder concrete aanleiding, en wees bovendien op het reële risico van discriminatie en stigmatisering in "probleemwijken". De wet werd buiten werking gesteld. Het is een precedent van Europees belang.
Het tweede is de toeslagenaffaire. De Belastingdienst gebruikte een risicomodel om aanvragen voor kinderopvangtoeslag op fraude te controleren. Een van de risicofactoren was: het niet hebben van de Nederlandse nationaliteit. Mensen zonder Nederlands paspoort hadden daardoor een grotere kans om — vaak onterecht — als fraudeur bestempeld te worden. Amnesty International concludeerde in het rapport Xenophobic machines dat dit neerkwam op etnisch profileren — een vorm van discriminatie, en dus een mensenrechtenschending. De affaire dreef duizenden gezinnen in de armoede en bracht een kabinet ten val. Dit is niet wat er kan misgaan; dit is wat er is misgegaan, met exact de logica die Palantir op industriële schaal aanbiedt.
De rode draad door SyRI en de toeslagenaffaire is de omkering van de bewijslast. In een rechtsstaat is een burger onschuldig tot het tegendeel bewezen is. In een surveillancesysteem is iedereen een potentiële verdachte tot het algoritme hem vrijpleit. Dat is niet een technische bug die je kunt patchen — het is de grondgedachte van het systeem zelf.
"Geen bug, maar een feature": grondrechten als ontwerpprincipe
De verdedigers van massale data-analyse hebben een sterk klinkend tegenargument, en het is fair om dat serieus te nemen. De Duitse politievakbondsman Volker Hesse vergeleek het zo: hij draagt in dienst ook een wapen, en tóch schiet hij niet lukraak mensen dood — waarom zou hij dan met Palantir wél willekeurig data van onschuldige burgers aan elkaar knopen? En de Noordrijn-Westfaalse minister Herbert Reul verzuchtte: terwijl wij ons door het "juridische kreupelhout" van de privacywetgeving worstelen, zijn de daders allang over de grens. Kortom: laat de politie tenminste hetzelfde gereedschap gebruiken als de misdaad.
De strafrechtgeleerde Tobias Singelnstein — die als klager optrad in de Duitse Palantir-zaak in Karlsruhe — geeft het scherpste weerwoord. Ja, zegt hij, grondrechten betekenen inderdaad beperkingen. Maar dat is juist hun bedoeling: ze zijn er om staatsmacht te begrenzen. Natuurlijk maakt dat sommige dingen ingewikkelder. Maar, in zijn kernzin: dat is geen bug, maar een feature
. De frictie die datacritici bejammeren, is precies de wrijving die een vrije samenleving beschermt tegen haar eigen overheid.
Dit heeft in Europa grondwettelijke rang. Al in 1983, twee weken voor het orwelliaanse jaar 1984, leidde het Duitse constitutionele hof uit de menselijke waardigheid het recht op informationele zelfbeschikking af: het recht van ieder mens om zelf te bepalen welke gegevens hij prijsgeeft en hoe die gebruikt worden. Uit dat arrest stamt ook het beeld van de gläserne Mensch, de doorzichtige, glazen mens — de burger wiens hele leven voor de staat afleesbaar is geworden. Het hof stelde toen al vast dat de staat persoonsgegevens nooit zó uitgebreid mag koppelen en opslaan dat er volledige persoonlijkheidsprofielen uit ontstaan. Precies dát is wat data-fusiesoftware doet.
Daaruit volgt een tweede grondbeginsel: doelbinding (in het Duits Zweckbindung). Gegevens die voor het ene doel zijn verzameld — een afgetapt telefoongesprek, goedgekeurd om een zware misdaad te voorkomen — mogen niet zomaar voor een ander doel worden hergebruikt, bijvoorbeeld om een winkeldief op te sporen. Het probleem, zoals Singelnstein opmerkt, is dat een grote gefuseerde database die zorgvuldige herkomst-etikettering verplettert: de gegevens zitten allemaal in dezelfde bak, en achteraf uitsorteren wie waarvoor mag worden bekeken, is bij miljarden datapunten praktisch onmogelijk.
Wat wél werkt
De kritiek zou hol zijn zonder alternatief. Gelukkig is dat er, en het is beter onderbouwd dan de surveillancebelofte. De criminologische consensus over "wat werkt" wijst niet naar méér data over iedereen, maar naar gerichte inzet op de kleine minderheid van plekken, mensen en gedragingen waar geweld zich concentreert.
Drie sporen springen eruit. Ten eerste hot spots-politiewerk: misdaad clustert extreem — een handvol straathoeken en adressen genereert een onevenredig deel van alle meldingen. Politie gericht dáár inzetten is een van de best gerepliceerde bevindingen in de criminologie, en het verplaatst de misdaad niet zozeer als dat het de omliggende buurt mee beschermt. Ten tweede focused deterrence ("pulling levers"): een combinatie van gerichte handhaving op de kleine groep veelplegers én sociale hulp om hen een uitweg te bieden — bewezen effectief tegen wapengeweld. Ten derde sociale en ontwikkelingspreventie: cognitieve gedragstherapie, verslavingszorg, jeugdprogramma's, aanpak van de onderliggende oorzaken. Een overzicht van het armoede-onderzoekscentrum J-PAL identificeerde zes interventies met sterk bewijs — en géén daarvan is massasurveillance. Het gemeenschappelijke kenmerk: richt je op de risicovolle enkeling, niet op de verdenking van allen.
De paradox die de hele surveillancebelofte ondergraaft: een systeem dat iedereen verdacht maakt, verdrinkt de echte signalen in ruis. Wie een naald zoekt, moet niet de hooiberg vergroten. Gerichte, controleerbare methoden zijn niet alleen grondrechtvriendelijker — ze zijn vaak simpelweg effectiever.
En op het institutionele vlak biedt Europa een eigen antwoord: privacy by design en dataminimalisatie — verzamel alleen wat strikt nodig is, en bouw de bescherming in de techniek zelf in in plaats van er achteraf op te plakken. De Europese AI-verordening (AI Act) verbiedt sinds 2 februari 2025 een aantal van de gevaarlijkste praktijken ronduit: het ongericht schrapen van gezichten van internet of camerabeelden (waarop het bedrijf Clearview AI meer dan 100 miljoen euro aan Europese boetes opliep), en predictive policing dat het risico op strafbaar gedrag inschat puur op basis van profilering of persoonskenmerken (artikel 5). Dat is geen perfecte wet — er zitten ruime uitzonderingen in voor politie en nationale veiligheid, en handhaving blijft de moeilijke kant. Maar het is een principiële streep in het zand die de VS en het VK niet trekken.
Ten slotte een constructief voorstel dat uit de bijgevoegde ZEIT-artikelen komt: KI-Reallabore, juridisch omkaderde experimenteerruimten. Daarin toetsen toezichthouders — datacommissarissen, veiligheidsdiensten — samen met (bij voorkeur Europese, kleine en middelgrote) bedrijven of een AI-toepassing zowel effectief als rechtmatig is, vóór ze wordt uitgerold. De uitkomst kan een aankoop zijn, maar net zo goed een stopbord — bijvoorbeeld voor gezichtsherkenning in de openbare ruimte. De AI-verordening voorziet expliciet in zulke labo's, en elke EU-lidstaat moet er sowieso vóór augustus 2026 een inrichten. Het is de kans om digitale soevereiniteit niet als holle zondagsretoriek te belijden, maar als concreet beleid te voeren: eigen, controleerbare oplossingen boven de kant-en-klare producten van dubieuze concerns.
Conclusie: de steen en zijn meester
Terug naar Tolkien. De palantír is niet intrinsiek kwaadaardig. Hij toont ware beelden. Het gevaar zit in twee dingen. Ten eerste: wie erin kijkt met een zwakkere geest wordt beheerst door wie er aan de andere kant zit — Denethor ziet echte legers, maar Sauron laat hem alleen de overmacht zien, en drijft hem tot wanhoop. Ten tweede: de steen concentreert macht. Hij geeft één kijker een goddelijk overzicht, en juist dat overzicht corrumpeert.
Palantir is de palantír van onze tijd, en de metafoor is preciezer dan zijn bedenkers wilden. De software liegt niet — ze koppelt echte data. Maar ze toont selectief, ze bevestigt de vooroordelen van wie haar bedient, en ze concentreert een verpletterende hoeveelheid macht bij wie de databank beheert. De ideologie eromheen — Thiels overtuiging dat democratische controle een obstakel is, Karps geloof dat "de goeden" die controle niet nodig hebben — maakt van dat instrument geen risico, maar een programma.
De "inefficiëntie" waar de aanhangers over klagen — de rechterlijke toetsing, de doelbinding, de wrijving van de privacywet — is geen weeffout in het systeem. Het is de bedoeling. Het is het verschil tussen een staat die zijn burgers dient en een staat die zijn burgers doorlicht. Een moderne politie mag en moet digitaal werken. Maar de vraag is nooit alleen óf de steen werkt. De vraag is wie hem vasthoudt, wie meekijkt, en of wij — de glazen mensen — hem ooit weer uit handen kunnen nemen.
Referenties
American Civil Liberties Union. (2026). All the ways Palantir is assisting Trump's abusive removal campaign. ACLU. https://www.aclu.org/news/privacy-technology/palantir-deportation-roundup
American Immigration Council. (2025). ICE to use ImmigrationOS by Palantir, a new AI system, to track immigrants' movements. https://www.americanimmigrationcouncil.org/blog/ice-immigrationos-palantir-ai-track-immigrants/
Amnesty International. (2021). Xenophobic machines: Discrimination through unregulated use of algorithms in the Dutch childcare benefits scandal. https://www.amnesty.org/en/documents/eur35/4686/2021/nl/
Brennan Center for Justice. (2020). Predictive policing explained. https://www.brennancenter.org/our-work/research-reports/predictive-policing-explained
İnan, Ö. (2025, 5 juni). Mit einem Klick zum gläsernen Menschen. Die Zeit. https://www.zeit.de/digital/internet/2025-06/palantir-polizei-us-software-datenschutz-sicherheit
Karp, A. C., & Zamiska, N. W. (2025). The Technological Republic: Hard power, soft belief, and the future of the West. Crown. Besproken via: The Washington Post.
International Bar Association. (2025). Palantir and the rule of law. https://www.ibanet.org/Palantir-and-the-rule-of-law
J-PAL / Abdul Latif Jameel Poverty Action Lab. (z.d.). What works to prevent violence among youth? https://www.povertyactionlab.org/sites/default/files/Bulletin_English_final.pdf
Meijer, A., & Wessels, M. (2019). Predictive policing: Review of benefits and drawbacks. International Journal of Public Administration, 42(12), 1031–1039. https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/01900692.2019.1575664
Rechtbank Den Haag. (2020, 5 februari). Vonnis inzake SyRI (ECLI:NL:RBDHA:2020:865; zaak C/09/550982). De Rechtspraak. https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:865
Thiel, P. (2009, 13 april). The education of a libertarian. Cato Unbound. https://www.cato-unbound.org/2009/04/13/peter-thiel/education-libertarian/
Von Notz, K., & Kolain, M. (2025, 28 april). Die Polizei braucht KI, aber nicht Palantir. Die Zeit. https://www.zeit.de/digital/datenschutz/2025-04/ki-reallabore-polizei-test-forschung-palantir
Wyden, R., Ocasio-Cortez, A., et al. (2025, 17 juni). Letter to Palantir CEO Alex Karp on the reported IRS "mega-database". U.S. Senate Finance Committee. https://www.finance.senate.gov/ranking-members-news/wyden-ocasio-cortez-demand-answers-from-palantir-about-plans-to-build-irs-mega-database-of-american-citizens
AlgorithmWatch. (2025). As of February 2025: Harmful AI applications prohibited in the EU. https://algorithmwatch.org/en/ai-act-prohibitions-february-2025/
Europese Unie. (2024). Verordening (EU) 2024/1689 — Artificial Intelligence Act, artikel 5 (verboden praktijken). https://artificialintelligenceact.eu/article/5/
Al Jazeera. (2026, 4 augustus). Tech giant Palantir posts 'otherworldly' growth despite criticism over Gaza. https://www.aljazeera.com/news/2026/8/4/tech-giant-palantir-posts-otherworldly-growth-despite-criticism-over-gaza
American Friends Service Committee. (z.d.). Palantir Technologies — company profile. AFSC Investigate. https://investigate.afsc.org/company/palantir