De sancties die de regering-Trump sinds 2025 tegen rechters van het Internationaal Strafhof (IStGH) uitvaardigt, zijn geen gewone diplomatieke ruzie. Ze richten zich op individuele rechters die niets anders deden dan recht spreken. Dit dossier verdedigt de juridische legitimiteit van het Hof, plaatst de Amerikaanse aanval in historisch perspectief, weegt de tegenargumenten van Washington en weerlegt ze op volkenrechtelijke gronden.
Van Neurenberg naar Rome: de wortels van een idee
Het idee dat individuen — niet alleen staten — verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de zwaarste misdrijven, is nauwelijks tachtig jaar oud. Bij de processen van Neurenberg (1945–1946) werden voor het eerst leiders persoonlijk berecht voor oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid. Tot dan gold zulke berechting als een radicale gedachte; vandaag is ze de kern van het volkenstrafrecht.
In de jaren negentig richtte de VN-Veiligheidsraad twee tijdelijke tribunalen op: voor voormalig Joegoslavië (1993) en voor Rwanda (1994). Beide waren ad-hoc-constructies, ingesteld ná de feiten. De behoefte aan een permanent hof groeide. Op 17 juli 1998 namen 120 staten in Rome het Statuut van Rome aan, het oprichtingsverdrag van het IStGH. Het trad in werking op 1 juli 2002 (United Nations, 1998). Het Hof, gevestigd in Den Haag, wordt vandaag door 125 staten gesteund (Die Zeit, 2026a).
Het mandaat is scherp afgebakend tot vier kernmisdrijven: genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en het misdrijf agressie. Cruciaal is het beginsel van complementariteit: het IStGH treedt pas op wanneer een nationale rechtsstaat niet wíl of niet kán vervolgen (art. 17). Het Hof is dus een vangnet, geen vervanging van nationale justitie (Schabas, 2017).
De juridische grondslag: legitimiteit en mandaat
De legitimiteit van het IStGH rust op drie pijlers. Ten eerste is het een verdragsrechtelijke instelling: staten hebben soeverein en vrijwillig besloten zich eraan te binden. Ten tweede geldt het beginsel van rechterlijke onafhankelijkheid: rechters oordelen uitsluitend op basis van de dossierstukken — het bewijs — en het geldende recht (Jürgens & Suchy, 2026a). Ten derde biedt de complementariteit een structurele rem tegen overijverige inmenging in nationale rechtsordes.
Die drie pijlers zijn niet los verkrijgbaar. Rechterlijke onafhankelijkheid betekent concreet dat een rechter oordeelt op grond van bewijs en recht, en niet op grond van de vraag wie er machtig of ontevreden is. Een arrestatiebevel vergt daarom dat een kamer van rechters vaststelt dat er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat een misdrijf is gepleegd — een toetsing aan een juridische bewijsdrempel, geen politieke keuze. Zodra straf of beloning het oordeel kan sturen, houdt recht op recht te zijn en wordt het onderhandeling. Precies daarom is het viseren van individuele rechters geen randverschijnsel maar een aanval op de kern van de rechtsstaat.
Het juridische hart van het conflict met de VS ligt bij artikel 12 van het Statuut. Het Hof is bevoegd wanneer een misdrijf plaatsvindt op het grondgebied van een verdragsstaat — óók als de vermoedelijke dader onderdaan is van een niet-verdragsstaat. Washington noemt dat een aantasting van zijn soevereiniteit. Volkenrechtelijk houdt dat verwijt geen stand. Akande (2003) toont aan dat staten hun eigen strafrechtsmacht routinematig delegeren aan andere staten en aan internationale tribunalen, ook zonder toestemming van de staat van nationaliteit van de verdachte. De territoriale bevoegdheid van het IStGH is niets anders dan een delegatie van de rechtsmacht die de gaststaat zélf bezit — een principe met ruime staatspraktijk als precedent.
Kernpunt. Het IStGH oefent geen zelfverzonnen bevoegdheid uit. Het ontleent zijn rechtsmacht aan de soevereine keuze van 125 staten en aan het universeel erkende beginsel dat de plaats-staat zijn strafrechtsmacht mag delegeren. De bewering dat het Hof "geen jurisdictie, geen legitimiteit en geen autoriteit" zou hebben, is een politiek oordeel, geen juridisch argument.
De Amerikaanse aanvalslinie: een historiek
De spanning tussen Washington en Den Haag is niet nieuw. De VS namen wél deel aan de oprichtingsonderhandelingen en ondertekenden het Statuut onder president Clinton (2000), maar ratificeerden het nooit. Onder president Bush trok de regering die handtekening in 2002 weer in en nam het Congres de American Service-Members' Protection Act aan (Pub. L. 107-206, 2002). Die wet — bijgenaamd de "Hague Invasion Act" — verbiedt Amerikaanse samenwerking met het Hof en machtigt de president zelfs "alle nodige middelen" te gebruiken om vastgehouden Amerikanen te bevrijden. Parallel sloot de VS tientallen bilaterale immuniteitsakkoorden om eigen burgers buiten het bereik van het Hof te houden.
Onder de eerste regering-Trump escaleerde de druk van diplomatiek naar punitief. In 2019 werd het Amerikaanse visum van hoofdaanklaagster Fatou Bensouda ingetrokken. Op 11 juni 2020 volgde Executive Order 13928: een afgekondigde "nationale noodtoestand" die vermogensblokkades en inreisverboden tegen IStGH-functionarissen mogelijk maakte, naar aanleiding van het onderzoek naar mogelijke misdrijven in Afghanistan. Op 2 september 2020 belandden Bensouda en divisiehoofd Phakiso Mochochoko op de sanctielijst (Human Rights Watch, 2020; Center for Constitutional Rights, 2021). President Biden herriep het decreet op 1 april 2021 via Executive Order 14022; het State Department noemde de maatregelen destijds "ongepast en ineffectief" (U.S. Department of State, 2021).
De tweede regering-Trump ging verder dan ooit. Op 6 februari 2025 tekende de president Executive Order 14203, "Imposing Sanctions on the International Criminal Court", steunend op de International Emergency Economic Powers Act (The White House, 2025). Directe aanleiding waren de arrestatiebevelen die het Hof in november 2024 had uitgevaardigd tegen de Israëlische premier Netanyahu en zijn toenmalige defensieminister Gallant. Aanklager Karim Khan werd op 13 februari 2025 op de lijst geplaatst; Microsoft kapte daarop zijn dienstelijke e-mail af (Office of Foreign Assets Control, 2025; Jürgens & Suchy, 2026a). Voor het eerst in de geschiedenis werden ook rechters van een internationaal hof gesanctioneerd. Inmiddels staan minstens elf medewerkers op de lijst, onder wie negen rechters (Harvard Law School, 2026). De Sloveense rechter Beti Hohler behoorde tot de eerste vier; in augustus 2026 volgden zelfs Hof-presidente Tomoko Akane en een leidende jurist (Die Zeit, 2026a).
Parallel voert Washington een politieke campagne. Minister van Buitenlandse Zaken Rubio verklaarde het Hof "steen voor steen" te willen afbreken en riep staten op zich terug te trekken (Naß, 2026). Venezuela en Tsjaad kondigden hun uittreding aan; in augustus 2026 klaagden vier mensenrechtenorganisaties de Amerikaanse president aan bij een rechtbank in New York (Die Zeit, 2026a).
Veelbetekenend is dat de VS deze methode delen met de regimes die het Hof juist geacht wordt te controleren. Een Russische rechtbank veroordeelde in 2024 acht huidige en voormalige IStGH-rechters bij verstek, wegens hun beslissingen in het Oekraïne-onderzoek — het onderzoek dat in 2023 leidde tot een arrestatiebevel tegen president Poetin. Zowel de Russische strafprocessen als de Amerikaanse sancties zijn drukmiddelen die de rechterlijke onafhankelijkheid ondermijnen (Jürgens & Suchy, 2026a). De cirkel wordt bovendien breder: Washington sanctioneerde ook een Braziliaanse rechter wegens onderzoek naar oud-president Bolsonaro, en weerde een voormalig EU-commissaris en medewerkers van een Duitse ngo. Wanneer internationale rechters en oud-ambtenaren zo getroffen kunnen worden, kan in beginsel iedereen die politieke druk weerstaat een doelwit worden (Jürgens & Suchy, 2026a).
| Jaar | Maatregel | Regering |
|---|---|---|
| 2002 | ASPA ("Hague Invasion Act"); intrekking handtekening Statuut | Bush |
| 2019 | Visum hoofdaanklaagster Bensouda ingetrokken | Trump I |
| 2020 | EO 13928; sancties tegen Bensouda en Mochochoko | Trump I |
| 2021 | EO 14022: herroeping van de sancties | Biden |
| 2025 | EO 14203; sancties tegen aanklager Khan en rechters | Trump II |
| 2026 | Sancties tegen presidente Akane; oproep tot uittredingen | Trump II |
Waarom de sancties juridisch onhoudbaar zijn
Het pleidooi tegen deze sancties berust op drie samenhangende argumenten.
Ten eerste tasten de sancties de rechterlijke onafhankelijkheid aan. Zij treffen niet een staat of een beleid, maar individuele rechters — persoonlijk — voor beslissingen die ze binnen hun ambt namen. Dat is een aanval op een fundament van elke rechtsstaat: dat rechters "zonder vrees of gunst" kunnen oordelen, ook wanneer dat machtigen onwelgevallig is (Jürgens & Suchy, 2026a). Wie rechters straft omdat ze het recht toepassen, bedreigt de internationale rechtsorde zelf (Die Zeit, 2026a).
Ten tweede werken de sancties extraterritoriaal en dwingend. Omdat vrijwel al het mondiale betalingsverkeer via de Amerikaanse dollar en het Amerikaanse financiële systeem loopt, blokkeren zelfs Europese banken uit voorzorg transacties van gesanctioneerde personen — de zogenoemde overcompliance (Jürgens & Suchy, 2026b). Rechter Hohler kan sindsdien geen kredietkaart, geen Amazon-, PayPal- of Airbnb-account meer gebruiken; een Europese bank sloot haar rekening. Zo raakt een Amerikaans decreet EU-burgers op EU-bodem, buiten elke rechterlijke toetsing. Het instrument zelf verraadt de disproportie: de OFAC-sanctielijst is bedoeld voor cybercriminelen, drugshandelaren, terroristen en autocraten — en plaatst nu onafhankelijke rechters tussen precies die categorieën (Jürgens & Suchy, 2026a). Ook worden geboortedatum en paspoortgegevens van de betrokkenen openbaar, wat de druk een persoonlijk en intimiderend karakter geeft.
Ten derde schaden de aanvallen uiteindelijk de slachtoffers. Lokale ngo's die misdrijven documenteren, worden mee gesanctioneerd of trekken zich uit voorzorg terug. Daarmee daalt de kans dat slachtoffers van de zwaarste misdrijven ooit gehoord worden (Jürgens & Suchy, 2026a).
Het risico is systemisch. Trump heeft gedreigd het volledige Hof op de sanctielijst te plaatsen; Executive Order 14203 maakt dat mogelijk zonder nieuw decreet (Jürgens & Suchy, 2026b). Wat vandaag rechters treft, kan morgen elke onafhankelijke instelling treffen die politieke druk weerstaat.
De tegenargumenten van de VS — en hun weerlegging
Een eerlijk dossier neemt de Amerikaanse bezwaren serieus. Washington voert er in essentie drie aan.
Argument 1: "Het Hof heeft geen bevoegdheid over onderdanen van niet-verdragsstaten."
Dit is het meest formele bezwaar: de VS zijn geen partij bij het Statuut en hebben nooit ingestemd met de jurisdictie. Weerlegging: jurisdictie berust hier niet op de nationaliteit van de dader, maar op het grondgebied waar het misdrijf plaatsvond. Een staat mag iedereen berechten die op zijn territorium een misdrijf pleegt, ongeacht diens paspoort, en mag die bevoegdheid delegeren. Akande (2003) toont met uitgebreide staatspraktijk aan dat deze delegatie volkenrechtelijk toelaatbaar is. De redenering "geen lid, dus geen bevoegdheid" verwart lidmaatschap met territoriale rechtsmacht.
Argument 2: "Het Hof is gepolitiseerd en misbruikt zijn bevoegdheden."
Weerlegging: arrestatiebevelen ontstaan niet op bevel van één persoon. De aanklager verzoekt; een kamer van drie rechters toetst vervolgens of er voldoende bewijs is en of aan alle voorwaarden is voldaan (Jürgens & Suchy, 2026a). Wie zo'n beslissing onjuist acht, beschikt over een juridische weg: hoger beroep en herziening binnen het Hof. Sancties zijn geen rechtsmiddel maar drukmiddel. Zoals rechter Hohler stelt: wie het oneens is met een uitspraak, moet die langs de rechtsweg aanvechten en niet de rechters viseren die enkel hun werk doen. Veelzeggend is dat zelfs een Amerikaanse federale rechtbank (Southern District of New York) de toepassing van het sanctieregime op Amerikaanse juristen ongrondwettig achtte wegens strijd met het First Amendment (Harvard Law School, 2026).
Ook het verwijt dat het Hof "corrupt en waardeloos" zou zijn, botst met de feiten. Het IStGH is drukker dan ooit: in het voorbije jaar volgden veroordelingen voor oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid in Soedan en Centraal-Afrika, nieuwe arrestatiebevelen tegen de taliban, en de overdracht van verdachten — waaronder een voormalig president van de Filipijnen. Dat gebeurde óndanks de sancties en de interne beproevingen (Jürgens & Suchy, 2026a). Een instelling die dit presteert, is geen "politiek theater" maar een functionerend gerecht.
Argument 3: "De VS moeten hun eigen personeel beschermen."
Weerlegging: juist het complementariteitsbeginsel biedt die bescherming al. Zou de VS zelf geloofwaardig onderzoek doen naar vermeende misdrijven van eigen personeel, dan verliest het Hof zijn bevoegdheid — het treedt immers alleen op waar nationale justitie faalt (Schabas, 2017). Bescherming vereist dus geen aanval op rechters, maar nationaal onderzoek. Bovendien kent het volkenstrafrecht voor de zwaarste misdrijven geen vrijbrief op grond van ambt of nationaliteit; dat was nu net de les van Neurenberg.
Kern van de weerlegging. Elk Amerikaans bezwaar heeft een legitieme juridische route — betwisting van bevoegdheid, hoger beroep, of nationaal onderzoek onder complementariteit. Geen ervan rechtvaardigt het straffen van individuele rechters. De sancties vervangen het recht door macht.
De Europese verantwoordelijkheid
De EU beschikt over een instrument: de Blocking-Verordening (Verordening (EG) nr. 2271/96), die al sinds de jaren negentig Europese ondernemingen kan verbieden extraterritoriale Amerikaanse sancties te volgen. Ze werd eerder ingezet tegen sancties rond Cuba, Iran en Libië, en toen Trump in 2018 uit het Iran-akkoord stapte (Raad van de Europese Unie, 1996). Voor de IStGH-sancties is ze nog niet geactiveerd, hoewel het Europees Parlement er twee resoluties over aannam (Jürgens & Suchy, 2026b).
Het dilemma is reëel. De verordening kan bedrijven wel verbieden Amerikaanse sancties te volgen, maar neemt hun het economische risico niet af. Voor banken weegt dat zwaar: wie dollars wil uitgeven, moet ze in de VS aankopen, en een instelling die een gesanctioneerde cliënt bedient, riskeert afsluiting van die dollarhandel. In 2014 betaalde de Franse bank BNP Paribas bijna negen miljard dollar boete aan Amerikaanse autoriteiten, ondanks een toen actieve Blocking-Verordening. In Brusselse kringen wordt de verordening daarom vergeleken met een "nucleaire optie": een afschrikkingswapen met te grote nevenschade, dat maar één keer kan worden ingezet (Jürgens & Suchy, 2026b).
Toch is Europese passiviteit geen neutrale keuze. Ze bevestigt dat een niet-lidstaat onafhankelijke rechters op EU-bodem straffeloos kan lamleggen — met het risico dat het Hof zijn geloofwaardigheid en, op termijn, verdragsstaten verliest. Den Haag reageert intussen met digitale soevereiniteit: het Hof koppelt zijn IT-systemen stapsgewijs los van Amerikaanse aanbieders en vervangt Microsoft-software door de Duitse OpenDesk-oplossing (Jürgens & Suchy, 2026a). Dat toont de diepere les: de afhankelijkheid van buitenlandse financiële en technologische infrastructuur is zelf een kwetsbaarheid die Europa strategisch moet afbouwen.
Besluit. Het IStGH is geen aanmatiging van elites maar een beschavingsverworvenheid: een hof dat slachtoffers van de zwaarste misdrijven recht kan bieden wanneer staten zelf falen. De Amerikaanse sancties berusten niet op een houdbaar juridisch argument, maar op de weigering zich aan onafhankelijke rechtspraak te onderwerpen. Wie het Hof verzwakt, verzwakt de rechtsstaat zelf — en laat de slachtoffers als eersten in de kou staan.
Lees verder. In deel 2 van dit dossier, Soevereiniteit als zelfverdediging, staat hoe burgers, bedrijven en Europa via digitale soevereiniteit en decentralisatie de VS een groot deel van hun hefboom kunnen ontnemen.
Bronnen
Akande, D. (2003). The jurisdiction of the International Criminal Court over nationals of non-parties: Legal basis and limits. Journal of International Criminal Justice, 1(3), 618–650. https://doi.org/10.1093/jicj/1.3.618
American Service-Members' Protection Act of 2002, Pub. L. No. 107-206, 116 Stat. 820 (2002). https://www.congress.gov/bill/107th-congress/house-bill/4775
Center for Constitutional Rights. (2021). Factsheet: U.S. sanctions on the International Criminal Court. https://ccrjustice.org/factsheet-us-sanctions-international-criminal-court
Die Zeit. (2026a, 18 augustus). US-Regierung verhängt Sanktionen gegen IStGH-Präsidentin. Die Zeit. https://www.zeit.de/politik/ausland/2026-08/usa-sanktionen-internationaler-strafgerichtshof-tomoko-akane-marco-rubio
Harvard Law School. (2026, april). U.S. sanctions against the International Criminal Court. Harvard Law School. https://hls.harvard.edu/today/u-s-sanctions-against-the-international-criminal-court/
Human Rights Watch. (2020, 14 december). US sanctions on the International Criminal Court. https://www.hrw.org/news/2020/12/14/us-sanctions-international-criminal-court
Jürgens, J., & Suchy, C. (2026a, 25 april). Erst sperrten sie ihre Kreditkarte, dann Amazon, Airbnb und den Rest [Interview met Beti Hohler]. Die Zeit, Nr. 18/2026. https://www.zeit.de/2026/18/beti-hohler-istgh-richterin-sanktionen-donald-trump-usa
Jürgens, J., & Suchy, C. (2026b, 16 mei). Wann wehrt sich die EU gegen Donald Trump? Die Zeit, Nr. 22/2026. https://www.zeit.de/2026/22/usa-sanktionen-internationaler-strafgerichtshof-trump-executive
Naß, M. (2026, 29 juli). Ohne dieses Gericht wäre die Welt um eine Hoffnung ärmer. Die Zeit. https://www.zeit.de/politik/ausland/2026-07/internationaler-strafgerichtshof-venezuela-usa-eu
Office of Foreign Assets Control. (2025, 13 februari). Issuance of Executive Order imposing sanctions on the International Criminal Court; ICC-related designation. U.S. Department of the Treasury. https://ofac.treasury.gov/recent-actions/20250213
Raad van de Europese Unie. (1996). Verordening (EG) nr. 2271/96 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels van een derde land. Publicatieblad L 309. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=celex%3A31996R2271
Schabas, W. A. (2017). An introduction to the International Criminal Court (5th ed.). Cambridge University Press.
The White House. (2025, 6 februari). Executive Order 14203: Imposing sanctions on the International Criminal Court (90 FR 9369). Federal Register. https://www.federalregister.gov/documents/2025/02/12/2025-02888/imposing-sanctions-on-the-international-criminal-court
United Nations. (1998). Rome Statute of the International Criminal Court (UNTS 2187, No. 38544). https://www.icc-cpi.int/sites/default/files/RS-Eng.pdf
U.S. Department of State. (2021, 2 april). Ending sanctions and visa restrictions against personnel of the International Criminal Court. https://2021-2025.state.gov/ending-sanctions-and-visa-restrictions-against-personnel-of-the-international-criminal-court/