Je smartwatch tikt op je pols: "Sta op, je zit te lang." Je hardloopapp feliciteert je met tienduizend stappen. Je slaaptracker geeft je 's ochtends een cijfer voor de nacht die je net had. Zorg, gezondheid, efficiëntie — dat is de belofte. De prijs is toegang tot je lichaam, dag en nacht, omgezet in data. De Franse filosoof Michel Foucault (1926–1984) had er een woord voor gehad, lang voordat de eerste smartwatch bestond: biopolitiek.
Van "laten sterven" naar "doen leven"
Foucault beschreef een kanteling in de manier waarop macht werkt. Eeuwenlang was macht soeverein: de koning of de staat had het recht om te doden. Foucault vatte dat samen in één formule — faire mourir ou laisser vivre, "doen sterven of laten leven". Denk aan de openbare terechtstelling: macht die zich toont op het schavot, spectaculair en dreigend.
Vanaf de achttiende eeuw draait die logica om. Macht gaat niet langer over de dood, maar over het leven: het bevorderen, verlengen en optimaliseren ervan. De nieuwe formule wordt faire vivre et laisser mourir — "doen leven en laten sterven". De staat gaat zich bemoeien met geboortecijfers, hygiëne, ziekte, voeding en levensverwachting. Gezondheid wordt een politieke zaak. Dat noemt Foucault biomacht, en de politiek die eruit voortkomt biopolitiek.
Twee formules, één omslag. Oude macht: faire mourir ou laisser vivre — doen sterven of laten leven. Nieuwe macht: faire vivre et laisser mourir — doen leven en laten sterven. De dood verdwijnt naar de rand; het leven zelf wordt het werkterrein van de macht.
Twee handen van dezelfde macht
Biomacht werkt volgens Foucault met twee handen tegelijk.
De eerste is de disciplinaire macht: gericht op het individuele lichaam. Ze traint, corrigeert en maakt nuttig — in de school, de kazerne, de fabriek, de gevangenis. Het beroemdste beeld is het panopticon: een ronde gevangenis waarin één bewaker in het midden elke cel kan zien, maar de gevangenen de bewaker niet. Omdat je nooit weet of je bekeken wordt, ga je je uiteindelijk gedragen alsóf je altijd bekeken wordt. Het toezicht verhuist naar binnen, naar je eigen hoofd.
De tweede hand is de biopolitiek in engere zin: gericht op de bevolking als geheel. Niet dit ene lichaam, maar het gemiddelde — geboorte- en sterftecijfers, besmettingsgraden, statistieken. Het lichaam wordt hier een datapunt in een grote grafiek.
Wat beide handen verbindt, is de norm. Macht verbiedt niet alleen meer; ze definieert wat "gezond", "gemiddeld" en "wenselijk" is, en nodigt iedereen uit zich daaraan te meten. Foucault noemt dat normalisatie. Je wordt niet gestraft omdat je een regel overtreedt, maar zachtjes bijgestuurd omdat je afwijkt van het gemiddelde.
Deleuze: van de gevangenis naar de app
De gesloten instellingen van Foucault — gevangenis, fabriek, school — waren muren. Zijn collega Gilles Deleuze zag in 1990 al dat die muren aan het verdampen waren. In een kort, scherp essay, Post-scriptum sur les sociétés de contrôle, beschreef hij de opvolger van de disciplinaire samenleving: de controlemaatschappij.
Het verschil is subtiel maar beslissend. In de disciplinaire samenleving ga je van de ene ommuurde ruimte naar de andere. In de controlemaatschappij is er geen muur meer nodig — het toezicht reist met je mee, altijd aan, in de open lucht. Deleuze gebruikt een treffend beeld: je bent geen ondeelbaar individu meer, maar een "dividu", opgesplitst in data — steekproeven, cijfers, profielen. Wat telt is niet de barrière, schreef hij, maar de computer die van iedereen de positie bepaalt. Vervang "computer" door "smartphone", en je essay schrijft zichzelf.
En hier zit de wending. Bij Foucault en Deleuze legt de macht zich nog van buitenaf op. Bij de wearable draag je de bewaker vrijwillig om je pols — je hebt hem zelf gekocht.
Byung-Chul Han: de bewaker ben je zelf
Die wending is precies het werk van de Duits-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han. In Psychopolitik (2014) stelt hij dat Foucaults biopolitiek intussen achterhaald is. Het neoliberalisme heeft een efficiëntere techniek gevonden: het dwingt je niet, het motiveert je. Je disciplineert jezelf, uit vrije wil, in naam van je eigen prestatie en gezondheid.
Han noemt dat zelfexploitatie: de prestatiemens buit zichzelf uit en houdt dat voor vrijheid. Zijn schoolvoorbeeld is de Quantified Self — de beweging die "zelfkennis door cijfers" belooft. Elke stap, elke hartslag, elke slaapfase gemeten. Han is scherp: geen enkele sensor beantwoordt de vraag "wie ben ik?" Cijfers vervangen het verhaal. En de bewaker uit het panopticon zit niet langer in het midden van de gevangenis — hij zit in jou. We leven, zegt Han, in een digitaal panopticon waarin we zelf de bewakers zijn.
De wearable als versmelting
Nu wordt duidelijk waarom de smartwatch zo'n rijk voorbeeld is. Hij verenigt alles wat hierboven staat in één apparaat op je pols.
Hij disciplineert het individuele lichaam — sta op, adem, beweeg, slaap beter — precies zoals de disciplinaire macht van Foucault. Tegelijk voedt hij de bevolkingsdata waar de biopolitiek op draait: je gegevens vloeien samen met die van miljoenen anderen tot gezondheidsstatistiek, verzekeringsmodel en marktprofiel. Je bent tegelijk het getrainde lichaam én het datapunt in de grafiek. De twee handen van Foucaults macht, verenigd in één gadget.
En dat alles zonder dwang. Geen staat legt het op; je koos het zelf, gemotiveerd door zorg voor je gezondheid. Dat is wat de intuïtie van zelfsurveillance zo raak maakt: biopolitiek die door het individu zelf wordt uitgevoerd. Al is het, strikt genomen, méér dan biopolitiek alleen — het is Foucaults discipline én zijn biopolitiek én Deleuzes controle én Hans zelfexploitatie, allemaal tegelijk, allemaal met een vriendelijk trilsignaal.
Dat is geen reden om je horloge in de gracht te gooien. Het punt van Foucault was nooit "macht is slecht", maar "maak zichtbaar hoe macht werkt". Wie doorheeft dat het apparaat twee kanten op werkt — zorg én controle, dienst én dataoogst — houdt de regie. De eerste stap naar vrijheid is weten wat je om je pols draagt.
Bronnen
Michel Foucault, Histoire de la sexualité I : La volonté de savoir, Gallimard, 1976 — introductie van het begrip biomacht. Overzicht: fr.wikipedia.org/wiki/Biopouvoir.
Michel Foucault, « Il faut défendre la société ». Cours au Collège de France 1975–1976, Gallimard/Seuil, 1997. Zie ook: universalis.fr — Biopolitique.
Gilles Deleuze, « Post-scriptum sur les sociétés de contrôle », L'autre journal, nr. 1, mei 1990 (herdrukt in Pourparlers, Minuit, 1990): fr.wikipedia.org/wiki/Société_de_contrôle.
Byung-Chul Han, Psychopolitik. Neoliberalismus und die neuen Machttechniken, S. Fischer, 2014 (Nederlandse vertaling: Psychopolitiek). Overzicht: Psychopolitics — Google Books.